Er gaat een screenshot rond van “Kindle”, een naamloos model in Design Arena, met het gerucht dat het OpenAI’s onaangekondigde GPT-5.6 is. Bevestigd is niets. En toch is de reflex bij veel promptgebruikers meteen dezelfde: alles omgooien voor het nieuwe model. Doe dat niet. Een nieuw model is je prompts pas waard als het écht bestaat én je het op je eigen testset hebt gemeten.
Ik snap de kriebel. Je hebt je prompts maandenlang bijgeschaafd, en dan zou er een beter model zijn waarop alles anders werkt. Maar prompts achter elke modelnaam aanjagen is geen vooruitgang — het is onrust. De rust zit in een vaste manier van testen. Die bouw je één keer, en daarna maakt geen enkel gerucht je meer nerveus.
Wat er rondgaat
De aanleiding is één post op X: een schermafbeelding waarop “Kindle” als anoniem model in Design Arena verschijnt, gekoppeld aan een beweerde GPT-5.6 met de codenaam kindle-alpha. Dat er een naam in de arena staat, is aannemelijk. Dat het OpenAI’s volgende model is, is een aanname.
Design Arena laat modellen blind tegen elkaar stemmen op designopdrachten. Anonieme modellen horen daar gewoon bij. Het is dus geen lek, maar het normale ritme van het platform — en geen reden om aan je werkende prompts te zitten.
Waarom een nieuw model je prompts niet automatisch beter maakt
Hier zit de denkfout. Een prompt is geen universele sleutel; hij is afgesteld op het model waarvoor je hem schreef. Een instructie die jouw huidige model precies de juiste kant op duwt, kan op een ander model net anders vallen — soms beter, soms slechter. Een nieuw model betekent dus niet “mijn prompts zijn nu verouderd”. Het betekent: ik weet nog niet hoe mijn prompts zich hier gedragen. Dat is een vraag, geen alarm.
Toen gpt2-chatbot in 2024 anoniem opdook, herschreven mensen meteen hun workflows voor een model dat niemand officieel kon gebruiken. Veel van dat werk was voor niets, want de aannames klopten half. Wie rustig bleef en wachtte tot er iets te testen viel, verloor niets en won tijd.
En let op de cijfers waarop je je baseert. Onderzoekers van onder meer Cohere, Stanford en MIT lieten in “The Leaderboard Illusion” zien dat labs meerdere modelversies anoniem testen en alleen hun beste laten staan. Een model dat bovenaan een arena prijkt, is daarom niet automatisch beter voor jouw soort werk — of dat nu teksten, code of analyses zijn.
Bouw een testset van tien prompts
De oplossing is geen scepsis, maar een klein, herbruikbaar testbankje. Tien prompts die jouw echte werk dekken, met voor jezelf een idee van hoe een goed antwoord eruitziet. Denk aan een mix als deze:
- Je twee of drie meestgebruikte werkprompts, precies zoals ze nu draaien.
- Een prompt die structuur eist — een vaste opmaak, een tabel, geldige JSON.
- Een lastige instructie met meerdere stappen, waar modellen vaak afhaken.
- Een randgeval waarvan je weet dat je huidige model er soms de mist in gaat.
- Een taak waarbij toon en stijl tellen, niet alleen het goede antwoord.
Draai die set straks tegen het nieuwe model én je huidige, naast elkaar. Nu zie je in een half uur wat een ranglijst je nooit vertelt: word jouw werk er beter van, blijft het gelijk, of moet je bijsturen? Houd de set bovendien vast. Bij elke volgende release pak je hetzelfde bankje erbij en vergelijk je appels met appels.
Schrijf prompts die een modelwissel overleven
De beste verzekering tegen modelnieuws is een prompt die niet leunt op de eigenaardigheden van één model. Hoe explicieter je bent, hoe minder een nieuw model je kan verrassen. Een paar principes die over modellen heen standhouden:
- Wees expliciet over het formaat. Vraag letterlijk om de structuur die je wilt — een tabel, een lijst, geldige JSON — in plaats van te hopen dat het model je bedoeling raadt.
- Geef een voorbeeld. Één goed voorbeeld van de gewenste uitvoer stuurt elk model strakker dan drie alinea’s uitleg.
- Scheid instructie van data. Zet je opdracht en de tekst waarop hij werkt duidelijk uit elkaar, zodat het model niet in de war raakt over wat het moet doen.
- Stuur op gedrag, niet op het model. Beschrijf wat een goed antwoord kenmerkt — kort, onderbouwd, met bronnen — zodat de prompt werkt ongeacht wie hem uitvoert.
- Leun niet op trucjes. Prompts die alleen werken door een vreemde formulering of een toevallige reactie van je huidige model, breken als eerste bij een wissel.
Een prompt die zo is opgebouwd, draait op het ene model net zo goed als op het andere. Komt er straks echt een sterker model, dan hoef je niets te herschrijven — je controleert alleen of het nóg beter werkt. Dat is het verschil tussen een promptbibliotheek die je elke release opnieuw moet repareren en een die gewoon meegroeit. Precies die robuuste opbouw werken we stap voor stap uit in onze gidsen.
Wat we (nog) niet zeker weten
- Of “Kindle” van OpenAI is — niet bevestigd.
- Of het hetzelfde is als kindle-alpha — aanname.
- Of er een publiek geteste GPT-5.6 bestaat — geen documentatie, geen API, geen prijs.
- Of jouw prompts er beter of slechter op draaien — dat weet je pas na je eigen test.
Wat dit voor jou betekent
Laat je werkende prompts met rust. Verander niets op basis van dit screenshot — je wint er niets mee en je verliest je houvast. Gebruik de tijd liever om je testset van tien prompts klaar te zetten, als die er nog niet is. Dat is de investering die zich bij elke nieuwe modelrelease terugbetaalt.
Wil je dat gestructureerd aanpakken? In onze promptgidsen staat hoe je prompts opbouwt die niet bij de eerste de beste modelwissel omvallen, en bij de Codex use-cases zie je hoe zo’n testaanpak er in de praktijk uitziet. Snel willen sparren over jouw specifieke prompts kan via de prompt-coach, en wie er dieper in wil duiken, kijkt bij coaching.
Mijn oordeel
Goed prompten gaat niet over altijd op het nieuwste model zitten. Het gaat over een rustige, herhaalbare manier om te toetsen of iets je werk echt verbetert. “Kindle” is nu een naam op een screenshot — en zelfs als het GPT-5.6 blijkt, verandert dat de volgorde niet: eerst meten, dan pas je prompts aanpassen. Wie zijn testset op orde heeft, hoeft nooit meer in paniek iets om te gooien. Dat is het verschil tussen achter modellen aanrennen en ermee werken.

