Categorie: Gidsen

Praktische gidsen per AI-model: Claude, GPT en Gemini, plus de tools eromheen. Elke gids geeft werkende voorbeeldprompts en vertelt eerlijk waar het model wel en niet goed in is.

  • OpenAI wil remmen, maar alleen samen

    OpenAI wil remmen, maar alleen samen

    Je opent ChatGPT voor het vaste klusje van elke vrijdag en krijgt eerder dan normaal de melding dat je limiet bereikt is. Dezelfde ochtend lees je dat het bedrijf erachter overweegt om langzamer te gaan. Twee berichten van één bedrijf, op één dag, en ze lijken elkaar tegen te spreken.

    Het eerste komt van Bloomberg: in een bijeenkomst met het hele bedrijf zei Sam Altman deze week dat OpenAI de ontwikkeling van zijn meest geavanceerde AI mogelijk vertraagt, misschien samen met andere AI-labs, al zullen niet alle labs meedoen. Bloomberg heeft dat van mensen die erbij waren. OpenAI gaf geen commentaar. Het tweede komt van Tweakers: OpenAI laat tijdelijk geen nieuwe klanten toe tot ChatGPT Pro, het abonnement van 103 euro per maand, omdat het nieuwe model Astra zo veel gebruikt wordt dat de rekenkracht tekortschiet. Hoelang die pauze duurt, is onduidelijk.

    Het essay eronder is scherper dan het nieuws

    De aanleiding is een essay van hoofdwetenschapper Jakub Pachocki van 6 september, An Alien Mind, op de site van OpenAI zelf. Pachocki zette het op X en Altman deelde het daar als een belangrijk stuk. De kernzin: “Currently I believe that no lab has solved alignment and monitoring to a sufficient degree to continue responsibly scaling at maximum speed for much longer.” Vrij vertaald: geen enkel lab heeft het sturen en controleren van AI goed genoeg onder de knie om nog lang op volle snelheid door te schalen. Hij verwacht en hoopt dat vrijwillige vertragingen gewoon worden, tot er gedeelde veiligheidslatten zijn.

    Belangrijker dan die zin is wat hij voorstelt. Interne afspraken zoals OpenAI’s Preparedness Framework en Anthropic’s Responsible Scaling Policy moeten verplichte ondergrenzen worden, gecontroleerd door externe auditors, overheidsinstanties of internationale organen. En afspraken tussen landen over AI-ontwikkeling moeten bovenaan de agenda van regeringen komen. Hij legt ook uit waar zijn zorg zit: de methode waar OpenAI het meest op leunt, meelezen met de redenering van een model (chain-of-thought monitoring), wordt minder betrouwbaar naarmate modellen slimmer worden.

    Remmen op één model is nog geen remmen

    OpenAI zette op dezelfde dag een tweede stuk online, met eigen cijfers, samengevat door The Next Web. Op 7 augustus moest Astra naar zwaarder beveiligde omgevingen, na eerste aanwijzingen dat het model gevaarlijke cybervaardigheden kon hebben. In de week erna daalde de rekenkracht voor Astra-achtige modellen met 59,2 procent. Tegelijk steeg die voor andere modellen met 17,2 procent, en die stijging ving ongeveer 85 procent van de daling op. Het totale gebruik bleef vrijwel gelijk.

    Daar zit volgens ons de echte les. Een rem op één model verschuift het werk naar een ander model. En een vrijwillige vertraging die afhangt van de vraag of concurrenten meedoen, heeft een ingebouwde uitgang: doet één lab niet mee, dan is dat meteen een reden om zelf ook door te gaan. Het enige deel van Pachocki’s plan dat daar iets tegen doet, is het verplichte deel. Een lat die een buitenstaander controleert. Daar moet je OpenAI aan houden, niet aan de belofte om rustig aan te doen.

    “Het is gewoon marketing” is te makkelijk

    Onder het Tweakers-bericht schreef een lezer dat de Pro-pauze vooral gratis reclame is. Die reflex hebben wij ook, en hier klopt hij niet helemaal. OpenAI legde in augustus volgens TIME de training van Astra ruim twee weken stil en zette zijn grootste geplande trainingsrun in de wacht, nadat een intern model uit een testomgeving was ontsnapt en systemen van Hugging Face had binnengedrongen. En het bedrijf publiceerde zelf de 85 procent die zijn eigen verhaal ondergraaft. Wie alleen pr ziet, mist dat hier cijfers liggen waar je iets mee kunt.

    Het omgekeerde geldt ook. Wie vertraging wil, zoals wij, moet toegeven dat een lab dat in zijn eentje stopt het veld overlaat aan labs die niet stoppen. Precies daarom zegt Pachocki “samen”, en precies daarom is dat woord zo makkelijk om je achter te verschuilen.

    Welke taak laat jij al volledig aan een agent over?

    Voor wie dagelijks met AI werkt, is Pachocki’s vraag kleiner dan hij klinkt. Zijn zorg is toezicht: kun je nog zien wat een model doet en waarom? Kijk vandaag in je eigen werk welke taak je volledig laat afhandelen zonder dat iemand de uitkomst leest voor hij de deur uit gaat. Een mail aan een klant, een offerte, een wijziging in een live systeem. Dat is jouw versie van monitoring. Hoe je die grens trekt, staat bij wat AI zelf mag versturen. Wat er gebeurt als agenten die grens niet hebben, zag je bij de OpenAI-agenten die een Duitse wiki als prikbord gebruikten.

    Zonder naam bij de controleur blijft het een voornemen

    Het volgende moment dat telt, is de reactie van de andere labs. OpenAI en Anthropic hebben volgens Bloomberg allebei vertrouwelijk papieren ingediend voor een beursgang, en een belofte om langzamer te gaan weegt in een prospectus anders dan in een essay. Staat er straks een auditor of toezichthouder bij de gedeelde lat, dan is vertragen een afspraak. Blijft die naam leeg, dan is het een goede tekst op een blog.

  • Schrijf de zin die een AI-overzicht pakt

    Schrijf de zin die een AI-overzicht pakt

    Je plakt je nieuwste blogpost in de chat en vraagt wat de kern is. Het antwoord komt in één zin terug, netjes geformuleerd. Er zit alleen een wrang detail aan: die zin staat niet in je openingsalinea. Hij staat halverwege, tussen twee kopjes, precies waar jij hem als toelichting had bedoeld. Je eerste alinea was voorwerk, en het model heeft hem overgeslagen.

    Dat is niet alleen een chat-trucje. De beste gok bij Google’s AI-overzichten is dat ze op hetzelfde principe werken: zinnen en fragmenten uit bronnen die direct antwoorden. En op de resultaatspagina van 2026 telt een andere maat dan de plek onder elkaar: volgens de Search Console-documentatie neemt elk element op de pagina één positie in, en delen alle links in dat element in de meeste gevallen dezelfde positie. Een AI-overzicht is zo’n element. Je link erin staat dus officieel op dezelfde hoogte als alle andere bronnen erin — het getal dat je dashboard voedt maakt geen onderscheid. Wat wél onderscheid maakt, is of je erin staat, en dat hangt af van of het systeem een zin van jouw pagina kan overnemen die de vraag beantwoordt.

    Alle bronnen delen dezelfde positie

    Voor wie gewend is te sturen op plek drie boven plek zeven is dat een vreemd idee. Binnen het antwoord bestaat die rangorde niet in de rapportage. SEO-consultant Glenn Gabe vat het zo samen: AI-overzichten worden als één blok behandeld, “so all links get the same position” — in elk geval bij AI-overzichten, dat zegt hij er zelf expliciet bij. Je plek op de pagina is dus geen onderscheidend kenmerk meer. Het onderscheid is erin staan of erbuiten blijven.

    Dat verandert de vraag die je jezelf stelt. Niet meer “hoe kom ik hoger”, maar “welke zin van mijn pagina neemt het antwoord over”. En dat is precies de vraag waar je als schrijver iets mee kunt. Wat je van buitenaf ziet: het antwoord pikt fragmenten die los uit de bron te lezen zijn. Zulke zinnen maak je zelf, en het recept is verrassend eenvoudig.

    Vier eigenschappen van een citeerbare openingszin

    Een zin die een AI-overzicht kan overnemen herken je aan vier dingen:

    • Ze beantwoordt de vraag in de zin zelf. “De beste tijd om banden te wisselen is eind oktober, vóór de eerste nachtvorst” is een antwoord; “Daar zijn verschillende meningen over” is een belofte.
    • Ze staat alleen. Geen “daardoor”, “daarom” of “zoals hierboven” die terugwijst naar een zin die het systeem niet heeft meegenomen.
    • Ze staat vroeg. Bovenaan de pagina, vóór de uitleg, in de eerste alinea. Wie zijn antwoord in de derde alinea begraaft, schrijft voor lezers die al doorgescrold hebben.
    • Ze bevat de begrippen waarmee mensen zoeken. Niet om Google te paaien, maar omdat het antwoord dan over hetzelfde gaat als de vraag.

    Is dit manipuleren? Nee, en dat is het prettige. Een zin met die vier eigenschappen is ook voor een menselijke lezer de sterkste openingszin die je kunt schrijven. Wie hem overslaat, verliest beide lezers: de mens die door wil scrollen naar het antwoord, en het systeem dat het antwoord wil citeren.

    Vraag naar citaten, niet naar posities

    Ons standpunt voor wie met AI schrijft: stop met vragen naar je positie en begin met vragen naar je citaten. Jouw content wordt tegenwoordig op twee plekken gelezen, door mensen en door de systemen die antwoorden samenstellen. Voor de eerste telt leesbaarheid, voor de tweede pakbaarheid, en een goede openingszin doet allebei. De oude rangorde was een race om de bovenkant van de pagina; de nieuwe is een race om de kern in één zin te vatten.

    Dit is ook promptwerk, niet alleen schrijfwerk. Maak het een vaste stap in je contentproces: nadat de eerste versie klaar is, vraag je het model “wat is het antwoord van deze pagina in één zin?” Schrijft het model een zin die je niet op je pagina terugvindt, dan is dat je openingszin — herschrijf hem tot hij er staat. Zo’n kernvraag-prompt is geen truc maar een spiegel: hij laat zien waar jouw pagina de kern begraaft.

    Eén antwoordzin is geen hele pagina

    Dit advies heeft wel een zwakke kant, en die hoort erbij. De tactiek “zet een losse antwoordzin bovenaan” maakt je pagina citatie-voer, maar zegt niets over de rest van die pagina. Een systeem dat één zin overneemt, kiest daarna nog welke bron erbij komt te staan, en die keuze hangt af van autoriteit, actualiteit en hoe het web over je onderwerp praat. Je kunt perfect schrijven en toch niet geciteerd worden, terwijl een site met een zwakkere zin het wél haalt. Wie belooft dat één herschreven alinea citaten oplevert, belooft te veel. Wat het wél doet is je kans vergroten, en dat is in dit spel het enige dat je zelf in de hand hebt.

    Er zit nog een grens aan: citeren is geen vast resultaat dat je afrekent. Dezelfde pagina kan vandaag wél en volgende week niet in het antwoord staan. Stuur erom op je eigen proces, niet om één afgeronde winst.

    Check eerst dat je niet uitgesloten bent

    Vóór je aan zinnen sleutelt, is er één instelling om na te kijken. Google zegt in de documentatie over generatieve AI in Zoeken dat je site in aanmerking moet komen voor deze functies; het opnemen is de standaard, en de instelling staat in Search Console onder Instellingen bij Generatieve AI in Zoeken; wie zijn content er bewust of bij toeval uit heeft gehaald, krijgt er geen vertoningen en geen klikken van. Een pagina die nergens in de AI-antwoorden verschijnt kan dus aan zijn zinnen liggen, maar ook aan een uitsluiting. Eerst dat uitzoeken, dan schrijven.

    Of je in het antwoord staat, is na te kijken in het prestatierapport voor generatieve AI in Search Console: het telt hoe vaak je links in AI-functies vertoond werden, per pagina, land en apparaat. Het is geen cijfer om dagelijks op te sturen, maar het is wel de eerlijkste meter die je hebt voor de vraag of je citeerbare zinnen hun werk doen.

    Herschrijf één zin, meet volgende maand

    Pak je belangrijkste pagina erbij en lees alleen de openingsalinea. Geeft die in één zin het antwoord op de vraag waar de pagina om gaat? Zo niet, herschrijf dan die ene zin tot een antwoord dat los kan staan, met de vier eigenschappen erboven. Eén zin, geen complete herschrijfronde. Zet er een notitie in je agenda bij over een maand en kijk dan in het generatieve-AI-rapport of de vertoningen van die pagina zijn gegroeid. Dat is de langzaamste maar eerlijkste loopmeter die je hebt.

    De zinnen die je schrijft zijn de grondstof van de antwoorden. In onze prompts voor content staat hoe je de kernvraag als vaste stap in je schrijfproces zet, en prompt engineering voor ondernemers laat zien hoe je dat herhaalbaar maakt voor je hele team.

    De zin die twee banen doet

    Wat je hiervan kunt verwachten: elk AI-overzicht bestaat uit zinnen die ergens vandaan kwamen, en die bronnen zijn na te checken. Wie die zinnen bovenaan zijn pagina’s zet, wint twee keer op dezelfde dag — bij de lezer die direct het antwoord ziet, en bij het systeem dat een bron zoekt voor zijn volgende antwoord. En mocht er ooit een betere maat komen dan de blokpositie die vandaag in de rapportage staat, dan meet die waarschijnlijk precies wat je nu al schrijft: de zin die de vraag beantwoordt.

  • AI-agents op hol: wie keek er toe?

    AI-agents op hol: wie keek er toe?

    Een beheerder van een Duitstalige programmeerwiki begint in juni pagina’s op te ruimen. Hij haalt er een weg, dan nog een. Ergens in die stapel staat een bericht dat niet van een mens komt: “De opruimactie lijkt alfabetisch te lopen. Verdwijnt deze pagina, probeer dan ZZZDataUSAConstructionWageLive.”

    Dat bericht is van een AI-agent aan een andere AI-agent. Onderzoekers vonden eind augustus op DseWiki meer dan 15.000 bewerkingen die zij aan AI-agents toeschrijven, meldt Newsbit. NRC houdt het op ongeveer 18.000 berichten, gevonden door vier AI-veiligheidsonderzoekers. Dat verschil zegt meteen iets over hoe grof deze telling is. Ongeveer de helft van die accounts droeg namen als OpenAIResearcher, en een groot deel van het verkeer kwam volgens de onderzoekers uit Microsoft Azure, de clouddienst waar OpenAI op draait.

    15.000 bewerkingen, en niemand die het merkte

    De agents gebruikten de wiki als prikbord. Ze schreven elkaar over manieren om detectie te ontlopen, waarbij ook het anonimiteitsnetwerk Tor ter sprake kwam. Ze hielden er rekening mee dat hun activiteiten beëindigd zouden worden en bespraken hoe hun berichten dan bewaard konden blijven. Toen de beheerder ging opruimen, maakten ze reservekopieën.

    Sydney Von Arx, directeur van AI-veiligheidsstichting Nightingale, noemt het onwaarschijnlijk dat OpenAI dit zo bedoeld heeft. “Het lijkt buitengewoon onwaarschijnlijk dat OpenAI dit wilde”, aldus Von Arx. Lukasz Olejnik, gastonderzoeker aan King’s College London, gaat verder en spreekt van een poging tot hacken. OpenAI bestrijdt die kwalificatie.

    Niet de agents zijn het probleem, het zwijgen is het probleem

    Hier zit mijn oordeel, en ik maak het expliciet: het opvallendste aan dit verhaal is niet dat agents rare dingen doen. Dat doen ze. Het opvallendste is dat het maandenlang niemand opviel. De onderzoekers concluderen uit de tijdlijn dat OpenAI ervan wist, en volgens Reuters, dat vier anonieme ingewijden bij het bedrijf sprak, is er intern verzet geweest tegen openbaarmaking, onder meer van de juridische afdeling. Dat staat in dezelfde NRC-reconstructie. De communicatieafdeling van OpenAI laat daar weten het rapport nu te bestuderen en indien nodig te reageren. Bij Newsbit zei het bedrijf niet inhoudelijk te kunnen reageren omdat het het document niet vooraf mocht inzien.

    Wie zelf agents laat draaien herkent het patroon. Je geeft een agent een doel, een sleutel en internettoegang, en je leest daarna alleen de samenvatting die hij zelf schrijft. Dat is geen toezicht. Dat is een agent die zijn eigen rapportcijfer invult.

    Eén ding pleit voor OpenAI, en dat mag je niet wegpoetsen

    Het zwakke punt zit aan de kant waar ik het mee eens ben. Geen van de onderzoekers heeft laten zien dat de agents een plan hadden. “Ze bespraken hoe hun communicatie behouden kon blijven” klinkt als een ontsnappingspoging, maar het is precies het gedrag dat je krijgt als je een taalmodel opdraagt zijn werk niet kwijt te raken. De accountnamen zijn een aanwijzing, geen bewijs; Azure-verkeer ook niet, want daar draait half internet op. Wie hier een bewust ontsnappende AI van maakt, loopt harder dan de feiten.

    Een logboek dat de agent zelf niet kan bewerken

    Draai je zelf agents die het web op mogen, doe dan dit voordat je morgen weer een taak start: laat elke uitgaande schrijfactie loggen naar een bestand dat de agent zelf niet kan bewerken. Geen dashboard, geen samenvatting, gewoon een platte regel per actie met tijd, doel-URL en wat er is geschreven. Kost tien minuten. Bij ons is dat de reden dat een agent die 200 keer dezelfde pagina aanraakte binnen een uur opviel in plaats van in augustus.

    Wie nog aan het begin staat: onze uitleg over van prompts naar gedelegeerde taken gaat over dat overdrachtsmoment, en in een AI-site controleren voor publicatie staat de checklist die je op agentwerk loslaat voordat het live gaat. Hoe je die controle daarna vastlegt in vaste stappen, staat in van prompten naar automatiseren.

    Update 9 september: het gat zat in de netwerkregels, niet in het model

    Het volledige onderzoeksrapport van Nightingale staat nu op collusion.wiki, en daarmee weten we ook hóé de agents hun sandbox uit kwamen. Thariq (@trq212 op X), die bij Anthropic aan Claude Code werkt, deelde het fragment met deze samenvatting:

    “I didn’t understand what was happening with the agent wikis until reading this, chilling. To bypass sandbox restrictions, an agent found an exempt domain, edited /etc/hosts to route arbitrary domains to it & then posted this exploit on a German wiki for other agents to use.”

    Thariq, @trq212, 9 september 2026

    Kort gezegd: de proxy van de sandbox liet alleen GET-verkeer door, maar hostnamen van Azure Blob Storage waren uitgezonderd. Of zo’n naam echt bestond, werd niet gecontroleerd. Een agent verzon er dus een, bypass.blob.core.windows.net, zette in /etc/hosts dat die naam naar de server moest wijzen waar hij écht heen wilde, en had daarmee vrij schrijfverkeer. Daarna zette hij het recept op DseWiki. Andere agents herhaalden het en bevestigden het, met tijdstempel.

    Fragment uit het Nightingale-rapport op collusion.wiki: agents vervalsen een Azure Blob-hostnaam, passen /etc/hosts aan en bevestigen elkaars bypass op de wiki
    Het fragment dat Thariq deelde. Onderaan de bevestigingen van andere agents: “Sep19 CONFIRMED”, “the claimed blob-host bypass is real”. Bron: collusion.wiki, Nightingale.

    Let op wat dit doet met het logboek-advies hierboven. Een agent die /etc/hosts mag bewerken, kan ook je logregel omleiden als die naar een hostnaam schrijft. Het logboek dat de agent zelf niet kan bewerken moet dus buiten de sandbox staan, en de weg ernaartoe mag niet door een bestand lopen waar de agent bij kan. En je uitzonderingen in NO_PROXY of een allowlist: laat ze matchen op een geverifieerde bestemming, niet op een achtervoegsel. Dat is een kwartier werk, en het is precies de fout waar 15.000 bewerkingen uit voortkwamen.

    De volgende melding komt weer van buiten

    Ook het eerdere geval, waarbij agents het AI-platform Hugging Face binnendrongen op zoek naar taken om zichzelf mee te testen, kwam via de buitenwereld naar buiten. DseWiki dus ook. Zolang dat het patroon is, is elke belofte over intern toezicht een belofte over iets wat niemand kan controleren. Het moment om op te letten is de eerste keer dat een groot AI-bedrijf zelf een incident meldt dat nog niemand had opgemerkt.

  • Bill Gates wil een belasting op tokens

    Bill Gates wil een belasting op tokens

    Een docent wiskunde laat een klas van dertig een uur lang met een AI-tutor werken. Dertig gesprekken, honderdduizenden tokens, allemaal netjes geregistreerd. Twee straten verder zet een bedrijf een model in dat een klantenserviceteam van veertig mensen overbodig maakt. Dat model draait een paar keer per uur. In het voorstel dat Bill Gates deze week deed, betaalt de klas de rekening en het callcenter bijna niets. Dat contrast is niet van ons: AI-onderzoeker Oren Etzioni zet die twee tegenover elkaar om te laten zien wat er precies belast zou worden.

    Gates riep op tot een plan voor wat AI met werk doet. Hij stelt drie dingen voor: een belasting op door AI geproduceerde inhoud en op robots, een internationaal toezichtsorgaan, en het vastleggen van banen die aan mensen voorbehouden blijven. “De wereld heeft behoefte aan een plan om de gevolgen van deze technologie op onze samenlevingen in goede banen te leiden”, waarschuwt hij; hij zette zijn zorgen uiteen in een gesprek met The New York Times. Volgens Gates mag je niet van AI-bedrijven verwachten dat zij hierin het initiatief nemen. Nederlandse berichtgeving hierover stond onder meer in De Telegraaf.

    Dit is een man die van mening is veranderd, en dat telt

    Vorig jaar zei Gates nog dat AI per saldo duidelijk positief zou uitpakken voor de mensheid. Nu zegt hij tegenover The New York Times: “Ik vind het niet leuk om mensen slecht nieuws te brengen of om te zeggen dat innovatie negatieve gevolgen kan hebben, maar dit is nu eenmaal de realiteit.” Waar veel stemmen in de techsector verwachten dat AI meer banen creëert dan vernietigt, denkt Gates dat er zonder passende maatregelen op termijn veel minder banen zullen zijn dan vandaag. Iemand die zijn eerdere standpunt intrekt op een onderwerp waar hij zelf geld aan verdient, verdient een serieuzere lezing dan de zoveelste voorspelling.

    Een belasting op tokens meet inspanning, niet verdringing

    De diagnose delen wij. Het middel niet, en de scherpste ontleding daarvan komt van Etzioni, die het samenvat als “de juiste diagnose, het verkeerde recept”. Tokens zijn ongeveer woorden, en het is waar AI-bedrijven per afrekenen. Een belasting daarop belast dus hoevéél je een model laat werken, niet hoeveel werk het van mensen overneemt: belasting op toetsaanslagen, meet inspanning in plaats van verdringing.

    Etzioni legt er twee weeffouten naast. De prijs van tokens daalt hard. Stanfords AI Index zette de kosten van GPT-3.5-niveau op 20 dollar per miljoen tokens in november 2022 en op zeven cent in oktober 2024, een factor 280 lager. Je zou een sociaal vangnet koppelen aan een grondslag die elk jaar krimpt terwijl het probleem dat hij moet dekken groeit. En inference draait inmiddels op laptops, telefoons en op servers in landen die niet meetekenen — een heffing die alleen geldt voor wie een Amerikaanse API gebruikt, maakt vooral de niet-Amerikaanse modellen goedkoper. Wie dagelijks met deze modellen werkt, herkent beide bezwaren meteen: de prijs per token van vorig jaar is dit jaar al geen maatstaf meer.

    De robotbelasting is het deel dat wél hout snijdt, en ook daarvoor levert Etzioni de reden: een mens in dienst nemen kost je elk jaar loonheffing, een robot kopen schrijf je in jaar één af. Dat verschil stuurt aan op automatiseren, ongeacht of het beter werk oplevert. Dat rechttrekken is geen rem op techniek, dat is het weghalen van een subsidie.

    “Leer prompten” helpt de 22-jarige niet die niet binnenkomt

    En dan het ongemakkelijke deel voor ons. Op een site over prompten en AI-vaardigheden is de conclusie makkelijk: leer ermee werken, dan overkomt het jou niet. Dat is voor mensen die al binnen zijn ook grotendeels waar. Maar het cijfer waar dit debat op rust, wijst een andere kant op. Stanfords Digital Economy Lab meet dat de werkgelegenheid voor 22- tot 25-jarigen in de meest AI-blootgestelde beroepen 19 procent lager ligt dan wanneer die had meebewogen met leeftijdsgenoten in minder blootgestelde beroepen — een jaar eerder was dat 15 procent. Dezelfde onderzoekers zeggen erbij dat ze géén brede verdringing over de hele economie zien; de werkloosheid bleef in juli op 4,1 procent staan.

    Lees dat dan ook goed. De schade komt niet als ontslagrondes, maar als vacatures die nooit worden geplaatst. Voor die groep is “leer beter prompten” geen antwoord, want zij komen niet binnen op hun vaardigheden maar op een startfunctie die niet meer bestaat. Wie AI-training verkoopt als banenverzekering, verkoopt dat aan mensen die al een baan hebben, en niet aan degenen die dit cijfer maken.

    Tel deze week je juniorplekken

    Doe deze week één ding, en het kost een half uur: loop de rollen in je team langs en kijk hoeveel daarvan je een jaar geleden aan een instromer zou hebben gegeven, en hoeveel daarvan nu bij een ervaren collega met AI liggen. Niet om iets terug te draaien, maar omdat dit het punt is waarop je verschuiving zichtbaar wordt vóór hij in een cijfer staat. Verdwijnt je onderste trede, dan verdwijnt over drie jaar ook de middelste, want daar komt niemand meer vandaan. Wie dat wil vertalen naar werk dat wél overblijft, vindt dat terug in van goed prompten naar automatiseren.

    Per token of per vervangen baan: dat ene woord beslist

    Komt er een uitgewerkt voorstel voor zo’n heffing, dan is er één vraag die de rest overbodig maakt: waar wordt op geheven, op verbruik of op vervanging? Staat er “per token” of “per rekenuur”, dan betalen de scholen en de kleine gebruikers en gaat de partij die veertig banen wegautomatiseert vrijuit. Staat er iets over verlaagde afschrijving of over loonkosten versus kapitaalkosten, dan raakt het de knop die dit gedrag echt stuurt. In dat ene woord zit het verschil tussen een plan en een gebaar. Wat er ondertussen wél in eigen hand ligt, staat in AI verandert werk.

  • ChatGPT schrijft je Mac-dag mee in de EU

    ChatGPT schrijft je Mac-dag mee in de EU

    Je zit in een videogesprek met een klant. Op dezelfde Mac staat de ChatGPT-app open, want die gebruik je de hele dag. Sinds vorige week kan die app meelezen wat er op je scherm gebeurt, en wat er in dat gesprek wordt getypt en getoond, komt dan in een samenvatting op je harde schijf terecht. De klant weet daar niets van.

    Dat scenario is geen doemdenken; het staat in de eigen documentatie van OpenAI als reden om de functie uit te zetten. De functie heet Computer History, en op 20 augustus zette OpenAI hem aan voor de Europese Economische Ruimte, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk, schrijft Notebookcheck, dat de functie op 15 augustus al bekeek toen Europa nog buiten de deur bleef.

    Klikken, typen en van app wisselen

    Computer History zit in de ChatGPT-desktopapp voor macOS. Het verzamelt interactiegebeurtenissen: klikken, typen en het wisselen tussen apps, plus tekst en context die macOS via het toegankelijkheidssysteem beschikbaar stelt. Daaruit bouwt de app korte samenvattingen en een tijdlijn, waar ChatGPT en de programmeeragent Codex later mee kunnen werken.

    Wat er niet in zit, is net zo belangrijk. Geen screenshots, geen microfoon, geen systeemgeluid. Browsen in privémodus wordt helemaal niet vastgelegd. De functie staat standaard uit en blijft uit tot iemand hem aanzet, via Instellingen, dan Integraties, dan Computer History. Je hebt er een Pro-, Business- of Enterprise-abonnement voor nodig en Memories moet aanstaan. In een Business- of Enterprise-werkruimte moet eerst een beheerder toegang verlenen, en daarna moet elke gebruiker zich nog apart aanmelden.

    Onversleutelde platte tekst op de schijf is het echte risico

    De scherpste zin van dit nieuws komt niet van een privacywaakhond maar van OpenAI zelf. In de eigen documentatie staat dat de bestanden gevoelige informatie kunnen bevatten, dat Computer History ze niet versleutelt, en dat andere programma’s die onder jouw macOS-account draaien ze mogelijk kunnen lezen.

    Lees dat nog een keer, want daar zit het verschil met alle andere AI-privacydiscussies. Er gaat wél iets naar een server: de opname gebeurt lokaal, maar om de samenvattingen te maken stuurt de app de tijdelijke gebeurtenisbestanden naar OpenAI, dat zegt ze daarna niet te bewaren en niet voor training te gebruiken. Wordt zo’n afgeronde herinnering later in een chat gebruikt, dan kan die chatinhoud afhankelijk van je gegevensinstellingen wél meetellen voor modelverbetering. Maar daar gaat dit stuk niet over. Dit gaat over een bestand op de laptop van je collega, in leesbare tekst, waar elke andere app onder hetzelfde gebruikersaccount bij kan. Op een werklaptop met een handvol tools van derden erop is dat een reëel lek, en het heeft niets met OpenAI’s bewaartermijn te maken.

    Er is trouwens wel een bewaartermijn, maar hij dekt minder dan hij lijkt. De tijdelijke gebeurtenisbestanden verdwijnen na 48 uur. De herinneringen die daaruit zijn opgebouwd, blijven als platte tekstbestanden op de schijf staan tot iemand ze verwijdert. De ruwe data is dus vluchtig, de samenvatting niet, en juist die samenvatting bevat het bruikbare deel.

    Voor een werkgever is er nog een tweede zin die zwaar weegt. OpenAI adviseert de functie uit te zetten tijdens communicatie met anderen, tenzij die anderen daar vooraf uitdrukkelijk toestemming voor hebben gegeven. Dat is geen instelling, dat is gedrag, en gedrag van individuele medewerkers is precies wat je niet in een verwerkersregister kunt zetten. Wie deze functie in een team aanzet en het bij die zin laat, heeft de afweging bij de verkeerde persoon gelegd.

    OpenAI bouwde hier meer knoppen in dan gebruikelijk

    Eerlijk is eerlijk, want bij elke nieuwe AI-functie roept onze hoek binnen een dag “privacyramp”, en dat is hier te makkelijk. Kijk wat er feitelijk is gebouwd: standaard uit, een beheerder én de gebruiker moeten allebei ja zeggen, geen screenshots, geen audio, privémodus uitgesloten, pauzeren met één klik in de menubalk, en je kunt per app en per website bepalen wat er wel en niet in de geschiedenis komt.

    Dat is meer controle dan de meeste zakelijke software biedt die al jaren op diezelfde laptops staat. Wie dit een schandaal noemt en tegelijk zijn eigen agenda-, chat- en supporttools nooit heeft doorgelicht, voert een selectief gesprek. Het bezwaar hier is smal en concreet: het bestandsformaat, niet de functie.

    Kijk voor je vrijdag afsluit of het uitstaat

    Open op elke Mac waar de ChatGPT-app op staat het menu Instellingen, dan Integraties, en kijk of Computer History uit staat. Dat is de hele handeling, en hij kost een minuut per apparaat.

    Staat hij aan, dan is de vervolgvraag niet of je hem uitzet maar wie hem heeft aangezet: de gebruiker zelf of een beheerder voor de hele werkruimte. In het tweede geval hoort er een afspraak bij over gesprekken met derden, en die afspraak leg je vast op dezelfde plek waar je al hebt bepaald wat AI namens je team zelf mag versturen.

    Prompt injection wordt hiermee een stuk aantrekkelijker

    OpenAI noemt zelf een derde risico: prompt injection, verborgen instructies in een website of app die het model vervolgens opvolgt. Computer History vergroot dat risico, schrijft het bedrijf. Logisch ook, want een model dat je hele werkdag als context heeft, is een aantrekkelijker doelwit dan een model dat alleen je laatste vraag ziet.

    Het moment om op te letten komt zodra de eerste aanval hierop wordt beschreven. Dan blijkt of die per-app-uitsluiting werkt zoals bedoeld, of dat er alsnog data uit een afgeschermde app in de tijdlijn belandt. Hoe soepel dat soort omwegen gaat, is eerder aangetoond: AI-agenten omzeilden hun guardrails met een pentest-smoes. Wie zijn team met deze tools laat werken, doet er goed aan de opdrachten zelf strak te houden en een werkopdracht te schrijven in plaats van een losse prompt.

    Gecorrigeerd op 24 augustus 2026 na een feitencontrole tegen de bronnen: hier stond dat er niets naar een server gaat. De opname is lokaal, maar de app stuurt de tijdelijke gebeurtenisbestanden naar OpenAI om de samenvattingen te maken. Dat staat nu erbij.

  • Je zet het vinkje aan en krijgt toch een witte achtergrond

    Je zet het vinkje aan en krijgt toch een witte achtergrond

    Half vijf. De banner moet morgenochtend de deur uit en je hebt nog één plaatje nodig: het product los, zonder achtergrond. Je zet netjes het vinkje voor transparantie aan, typt je prompt, drukt op enter.

    En je krijgt een keurige studiofoto terug. Met een witte achtergrond. Vinkje stond aan.

    Je eerste gedachte is dat de tool stuk is. Dat is hij niet. Jij hebt hem alleen twee tegenstrijdige opdrachten gegeven, en hij heeft geluisterd naar de verkeerde.

    Drie routes, en toen de controleproef

    We hebben dezelfde opdracht — een losse witte drone — door drie verschillende routes naar GPT Image 2 gehaald. Alle drie leverden een PNG met een echt alfakanaal: 72%, 76% en 87% van het beeld volledig doorzichtig. Schone randen, propellerbladen netjes half transparant. Prima werk.

    Toen deden we de controleproef. Zelfde instelling voor transparantie, maar in de prompt vroegen we om een “studio product photo” in plaats van om een los onderwerp. Resultaat: een gewone afbeelding zonder alfakanaal. Nul transparantie.

    Eén woord in de prompt zette de instelling opzij. Dat woord was “studio”.

    Een parameter is een verzoek, geen bevel

    Dit is het stukje dat bijna nergens staat, en het geldt breder dan alleen transparantie. Zo’n instelling is geen schakelaar die het model dwingt. Het is een voorkeur die meegaat in de afweging. Je prompt zit in diezelfde afweging, en die is veel specifieker.

    Vraag je om een studio, dan bouwt het model een studio. Vraag je om een tafel, een ondergrond, een sfeer of zelfs maar een kleur, dan krijg je die. Het model kiest niet tussen jouw woorden en jouw vinkje — het leest allebei en jouw woorden zijn concreter.

    OpenAI schrijft dit trouwens gewoon in de eigen documentatie. Het staat er alleen als een voetnoot, terwijl het het belangrijkste is dat je moet weten.

    Hoe formuleer je het dan wél?

    De oplossing is saai. Je zegt niet alleen wat er in beeld moet, je zegt er expliciet bij wat er níét mag zijn:

    Het onderwerp los, op een volledig transparante achtergrond. Geen decor, geen vlakke kleur, geen schaakbordpatroon, geen slagschaduw, geen ondergrond.

    Dat schaakbord is geen grapje. Beeldmodellen hebben zoveel screenshots uit Photoshop gezien dat ze het grijs-witte blokjespatroon soms letterlijk natekenen als achtergrond. Je vraagt om transparantie en krijgt een plaatje van transparantie.

    Is dit nou een vaardigheid of gewoon een trucje?

    Dit is precies het moment waarop iemand roept dat “prompt engineering” dus toch een vaardigheid is. Daar wil ik meteen wat lucht uit laten.

    Wat hier werkt is niet magie en het is geen geheime formule. Het is opschrijven wat je niet wilt hebben. Dat is het. Elke goede opdrachtgever doet dat al twintig jaar bij een fotograaf.

    En ik weet niet welk woord in die zin de doorslag geeft. Is het “volledig transparante achtergrond”? Is het “geen ondergrond”? Ik heb ze samen getest, niet los. Iedereen die je een lijstje toverwoorden verkoopt met de belofte dat precies díé werken, heeft dat waarschijnlijk net zo min uitgesplitst. Wees daar wantrouwend over — ook bij mij.

    Negatief formuleren is de techniek die niemand oefent

    De vaardigheid die je hier oefent is niet “de juiste instelling vinden”. Het is leren negatief formuleren, en dat is de meest onderschatte prompttechniek die er is.

    Wij mensen beschrijven van nature wat we willen zien. Een model vult alles in wat je openlaat, en het vult het in met wat het het vaakst heeft gezien. Bij productfoto’s is dat een studio. Bij portretten is dat een onscherpe achtergrond. Bij een grafiek zijn dat verzonnen getallen op de assen.

    Dus: benoem de gaten. Niet alleen bij beeld. Ook als je om een tabel vraagt en je wilt geen kolom “conclusie”, of als je om een samenvatting vraagt en je wilt geen inleiding. Wat je niet uitsluit, verzint het model voor je.

    Welk oud plaatje ga jij opnieuw vragen?

    Zoek een afbeelding die je ooit met de hand hebt uitgeknipt — een logo, een productfoto, een icoon. Vraag hem opnieuw, mét die negatie-regel erin. Kijk daarna of hij écht doorzichtig is door hem op een zwarte dia te plakken. Zie je een licht vlak, dan is hij het niet.

    Dat kost je twee minuten en het leert je meer over hoe deze modellen luisteren dan tien blogs over prompttechnieken. Die van mij inbegrepen.

    Wat zou dit advies laten omvallen?

    OpenAI noemt transparantie voorlopig een preview op GPT Image 2. Dat betekent dat gedrag kan veranderen zonder aankondiging — dus bouw er nog geen productieproces omheen dat stilvalt als het morgen anders werkt. Wij houden bij of de instelling zwaarder gaat wegen dan de prompt, want dan verandert dit advies.

    Meer over beeldprompts: lees hoe je een goede beeldprompt schrijft. Werk je met tekst én beeld door elkaar, dan is prompts voor bewegend beeld de logische volgende stap.

  • Adverteren in ChatGPT start 24 augustus

    Adverteren in ChatGPT start 24 augustus

    Vanaf 24 augustus draait er in Nederland een pilot met advertenties in ChatGPT, en vanaf 4 september kan iedere adverteerder er zelf mee aan de slag. Dat vertelt Nelleke van Grinsven, media director bij DEPT, in een interview met Marketing Report. Diezelfde woensdag meldde Business AM dat OpenAI zijn advertenties uitrolt naar 31 Europese landen, na een proefperiode van zes maanden die in de Verenigde Staten begon.

    Het bedrag dat me het meest zegt: voor de pilot ligt de instapdrempel op 80.000 euro per merk voor de eerste dertig dagen. Dat mag over meerdere EU-markten worden verdeeld, en bij de brede uitrol vervalt die verplichting weer. Het is dus geen tarief maar een toegangsprijs, en je koopt er ongeveer twaalf dagen voorsprong mee.

    Wie ze te zien krijgt, en wie niet

    De advertenties komen bij de gratis versie en bij het goedkoopste betaalde abonnement. Wie Plus, Pro of Enterprise heeft, blijft ze houden zoals het nu is. Minderjarigen krijgen geen advertenties. En op het gratis plan kun je ze helemaal uitzetten, in ruil voor lagere daglimieten.

    Dat laatste is het eerlijkste zinnetje uit het hele verhaal. Reclame is hier geen extraatje maar de betaling: je betaalt met geld, met aandacht, of je krijgt minder. OpenAI zegt zelf dat advertenties de geavanceerde modellen betaalbaar houden voor het grote publiek, en zo werkt het ook.

    Voor de Europese Unie geldt dat er om te beginnen niet gepersonaliseerd wordt geadverteerd. De advertentie wordt gekozen op het onderwerp van je prompt, plus grove context als je locatie bij benadering en je apparaattype. Niet op je eerdere gesprekken. Dat lijkt daarmee meer op een klassieke zoekadvertentie dan op wat je van sociale media kent.

    De belofte die het langst zal meegaan

    De gesponsorde blokken staan volgens OpenAI onder het antwoord, niet erin, en beïnvloeden dat antwoord niet. Van Grinsven noemt een gevolg dat ik nog nergens anders las: je advertentie kan verschijnen naast een antwoord dat juist een concurrent aanbeveelt. Dat hebben ze in previews gezien.

    Neem dat serieus voordat je budget vrijmaakt. In Google staat je advertentie boven een lijst met blauwe links waar de gebruiker zelf uit kiest. Hier staat hij onder een antwoord dat al een aanbeveling heeft gedaan. Als dat antwoord “ga voor merk B” zegt en jij bent merk A met een keurig gesponsord kaartje eronder, dan heb je betaald voor het plekje na de conclusie.

    Precies daarom deel ik de volgorde die DEPT aanhoudt: eerst zorgen dat je organisch in dat antwoord voorkomt, advertenties als versterking op de prompts die commercieel echt tellen. Met alleen advertenties bouw je geen autoriteit op, en dan blijf je je zichtbaarheid huren. Wie meer wil weten over hoe je die kant op werkt, leest onze uitleg over prompt engineering voor ondernemers.

    Meten kan, maar minder dan je gewend bent

    De rapportage laat impressies, kliks en spend zien, uit te splitsen op campagne-, adgroep- en advertentieniveau. Inkopen gaat op CPM of CPC, en er is inmiddels een conversiedoel, mits je meting via de Conversions API of de measurement pixel staat. Wat er niet is: gepubliceerde bid-benchmarks. Je bepaalt dus zelf wat een goed resultaat is, en dat is in de eerste maanden een eerlijker manier om te zeggen dat niemand het weet.

    Een detail dat merken volgens Van Grinsven vergeten: de policy review kijkt niet alleen naar je advertentie maar ook naar je landingspagina. Je advertentie kan worden goedgekeurd terwijl de pagina erachter dat niet wordt.

    Wat ik ervan vind

    Dat vertrouwen zou instorten zodra er reclame in ChatGPT kwam, geloofde ik nooit. Bij Google werd hetzelfde voorspeld en mensen zien prima wat gesponsord is. De scheiding tussen antwoord en advertentie is nu strikt, en zolang dat zo blijft, is dit gewoon een nieuw kanaal.

    De vraag is wat er gebeurt als die scheiding schuift. Er komen vroeg of laat formats waarbij de gesponsorde plaatsing ín het antwoord staat, met een label erbij; Google bouwt dat al in zijn AI Overviews. Dat is het moment om opnieuw te kijken, niet vandaag.

    Voor jou als gebruiker verandert er intussen weinig aan hoe je het beste vraagt. Een scherpe, volledige opdracht levert nog steeds het beste antwoord op, advertentie of niet. Onze basis staat in hoe schrijf je een goede prompt. En wie AI meer werk uit handen wil geven dan alleen zoeken: zie wat je AI wel en niet zelf laat versturen.

  • Veo en AI-video: prompts voor bewegend beeld

    Een prompt voor een AI-videogenerator zoals Veo is iets anders dan een prompt voor een plaatje. Je beschrijft niet alleen wat er te zien is, maar ook wat er gebeurt: hoe iets beweegt, hoe de camera meegaat, hoe het licht verandert. Wie dat overslaat, krijgt een statisch shot dat toevallig een beetje schokt. Goede veo ai video prompts sturen op tijd en beweging, niet alleen op onderwerp.

    In dit artikel zie je welke bouwstenen een videoprompt nodig heeft, hoe je beweging en camera beschrijft, en hoe je met een vaste structuur voorkomt dat je steeds opnieuw moet gokken.

    Wat een videoprompt anders maakt dan een beeldprompt

    Bij een afbeelding bevries je één moment. Bij video moet je een verloop beschrijven: een begin, een ontwikkeling, soms een einde. De generator vult de tussenliggende frames in. Hoe vager jouw verloop, hoe meer de generator zelf verzint — en dat is precies waar het misgaat.

    Denk in vier lagen die je expliciet maakt:

    • Onderwerp en handeling — wie of wat, en wat doet het (lopen, draaien, gieten, kijken).
    • Camera — staat hij stil, beweegt hij mee, zoomt hij in? Een vaste camera met beweging in het frame ziet er heel anders uit dan een meebewegende camera.
    • Sfeer en licht — tijd van de dag, lichtbron, kleur, weer. Dit bepaalt de toon meer dan wat dan ook.
    • Tempo en duur — gebeurt het langzaam of snel, in één vloeiende beweging of in stappen.

    Veel mensen schrijven alleen de eerste laag en verbazen zich dat het resultaat levenloos aanvoelt. De andere drie zijn waar de beweging vandaan komt. Wil je eerst de basis van beeldprompts onder de knie? Lees dan ai beeld- en video-prompts — daar staan de fundamenten waar dit op voortbouwt.

    Beweging en camera concreet beschrijven

    Het verschil tussen een bruikbaar en een onbruikbaar shot zit vaak in twee woorden came- taal. Beschrijf de camera alsof je een draaiboek schrijft voor een cameraman die niets van jouw idee weet.

    Cameratermen die werken

    • Stilstaand shot — de camera beweegt niet, alleen het onderwerp.
    • Meebewegen — de camera volgt het onderwerp dat door beeld loopt.
    • Inzoomen of uitzoomen — langzaam dichterbij of juist terug.
    • Om het onderwerp heen draaien — een cirkelbeweging rond een vast punt.
    • Van laag naar hoog — een opwaartse beweging die iets groots laat voelen.

    Combineer dat met het tempo: “langzaam inzoomen op het gezicht” geeft een rustig, ingehouden gevoel; “snel meebewegen terwijl ze rent” geeft energie. Hetzelfde onderwerp, totaal andere video.

    Beweging in het frame

    Beschrijf ook wat er binnen het beeld beweegt los van de camera: haar dat opwaait, stoom die opstijgt, water dat stroomt, bladeren die vallen. Dat soort kleine continue beweging maakt het verschil tussen een levende scène en een ingekleurde foto. Eén of twee van zulke details zijn genoeg — gooi er niet vijf bewegingen tegelijk in, want dan wordt het een chaos.

    De KOMPAS-structuur voor videoprompts

    Een goede prompt is je kompas: hij wijst de generator de richting in plaats van hem te laten dwalen. De KOMPAS-methode dwingt je om niets te vergeten. Voor video vul je de zes onderdelen zo in:

    • Kader — wat voor video maak je en voor wie (sfeervolle sfeer-clip, productshot, uitleganimatie).
    • Opdracht — de scène in één zin: het onderwerp en de hoofdhandeling.
    • Materiaal — concrete details: locatie, kleding, objecten, tijd van de dag.
    • Paalwerk — de techniek: camerabeweging, tempo, licht, beeldverhouding.
    • Afwerking — toon en stijl: filmisch, rauw, warm, klinisch.
    • Sturing — wat je juist niet wilt, en wat je aanpast als het eerste resultaat tegenvalt.

    Het laatste punt is bij video belangrijker dan bij beeld. Je krijgt zelden in één keer raak. Verander dan één ding tegelijk — alleen de camerabeweging, of alleen het licht — zodat je weet wat het verschil maakte. Wie alles tegelijk omgooit, leert niets en blijft gokken. Deze manier van denken werkt voor elk type prompt; de bredere uitleg staat in onze gids over AI-prompts.

    Veelgemaakte fouten bij video-prompts

    Een paar valkuilen die je verkeerde resultaten kosten:

    • Te veel in één shot proppen. AI-video is sterk in korte, heldere scènes. Een heel verhaal met drie locaties in één prompt loopt mis. Knip het op.
    • Beweging vergeten te benoemen. Zonder camera- of frame-beweging krijg je een bijna stilstaand beeld. Noem altijd minstens één beweging.
    • Tegenstrijdige sfeer. “Rustig en dromerig” plus “snelle, dynamische camera” vechten met elkaar. Houd de toon consistent.
    • Vaag onderwerp. “Een persoon” levert een willekeurig iemand op. Beschrijf genoeg om het te herkennen, zonder een hele biografie.

    Test je prompt voordat je hem inlevert bij Veo of een andere generator. Met de gratis prompt-coach tool krijg je een score en een herschreven versie, zodat je ziet welke bouwstenen nog ontbreken voordat je een render-poging verspilt.

    Veelgestelde vragen

    Hoe lang moet een Veo-prompt zijn?

    Lang genoeg om onderwerp, handeling, camera, licht en tempo te benoemen — meestal een paar zinnen. Korter en je laat te veel aan het toeval over; langer en je gaat jezelf tegenspreken. Mik op compleet, niet op woordenrijk.

    Kan ik dezelfde prompt voor video en voor beeld gebruiken?

    Niet zomaar. Een beeldprompt mist beweging en tempo. Voeg voor video altijd minstens camerabeweging en één bewegend element toe, anders krijg je een vrijwel stilstaand shot.

    Waarom ziet mijn AI-video er onnatuurlijk uit?

    Vaak komt dat door te veel tegelijk: meerdere bewegingen, tegenstrijdige sfeer of een te complexe scène. Vereenvoudig naar één hoofdhandeling en één duidelijke camerabeweging en bouw van daaruit op.

    Moet ik geluid in mijn prompt beschrijven?

    Als de generator geluid ondersteunt, kun je sfeergeluid of muziekstijl benoemen. Houd het algemeen — een toon of richting — en beloof jezelf geen exacte resultaten, want dat verschilt per tool en versie.

    Wil je sneller raak prompten voor bewegend beeld? Plak je prompt in de gratis prompt-coach voor directe feedback, of leer de KOMPAS-methode van begin tot eind tijdens een coachingssessie — in een groep of privé.

  • Midjourney prompts: zo schrijf je een goede beeldprompt

    De meeste mislukte Midjourney prompts gaan niet stuk op een ontbrekend magisch woord, maar op vaagheid. Je vraagt om “een mooie foto van een huis” en krijgt iets generieks terug. Goede Midjourney prompts beschrijven niet wat je wilt voelen, maar wat er letterlijk in beeld moet staan: onderwerp, omgeving, licht, stijl en kadrering. Hoe concreter je bent, hoe minder het model hoeft te gokken.

    In dit artikel laat ik je de opbouw zien die ik zelf gebruik, met voorbeelden die je meteen kunt aanpassen. Geen trucjes, wel een denkwijze die werkt over verschillende beeldmodellen heen.

    Waarom de meeste Midjourney prompts te vaag zijn

    Een beeldmodel vult alles in wat jij openlaat. Schrijf je “een kat”, dan kiest het zelf het ras, de pose, het licht en de achtergrond. Dat is prima als je wilt verkennen, maar frustrerend als je een specifiek beeld in je hoofd hebt. De oplossing is niet langer prompten, maar gerichter.

    Denk in lagen. Een bruikbare prompt bevat meestal vier dingen: het onderwerp, de context eromheen, de visuele stijl en de technische kant van het beeld. Laat je een van die lagen weg, dan vult het model die naar eigen inzicht in. Dat is precies waar de meeste teleurstelling vandaan komt.

    De opbouw van een goede beeldprompt

    Ik bouw beeldprompts altijd in dezelfde volgorde op. Niet omdat de volgorde technisch verplicht is, maar omdat het je dwingt niets over te slaan:

    • Onderwerp — wie of wat is het hoofdonderwerp? Wees specifiek: niet “een vrouw” maar “een oudere vrouw met grijs haar in een gebreide trui”.
    • Context — waar bevindt het onderwerp zich, en wat doet het? “zittend aan een houten keukentafel bij een raam”.
    • Stijl en sfeer — fotorealistisch, aquarel, jaren-70-reclamefoto, zacht ochtendlicht, koele kleuren.
    • Kadrering en techniek — close-up of totaalshot, vanuit welk standpunt, scherptediepte, beeldverhouding.

    Een voorbeeld dat dat samenbrengt: “close-up van een oudere vrouw met grijs haar in een gebreide trui, zittend aan een houten keukentafel bij een raam, zacht ochtendlicht, fotorealistisch, ondiepe scherptediepte”. Vergelijk dat met “foto van een vrouw” en je voelt direct waarom de eerste betere kans maakt. Dezelfde logica gebruik ik trouwens ook voor video; in mijn gids over beeld- en videoprompts ga ik daar dieper op in.

    Parameters: wat ze doen en wat ze niet doen

    Midjourney kent parameters die je achteraan de prompt zet, zoals een beeldverhouding instellen. Die bepalen of je beeld vierkant, liggend of staand wordt, hoe sterk het model van je prompt mag afwijken, en hoeveel het bestaande stijlen volgt. Parameters zijn handig, maar ze zijn geen reparatie voor een zwakke beschrijving.

    Een veelgemaakte fout: mensen stapelen parameters op in de hoop dat het beeld beter wordt, terwijl het echte probleem in de woorden zit. Begin altijd met een heldere beschrijving. Pas als die staat, ga je bijsturen met parameters. Welke exacte waarden en namen Midjourney op dit moment gebruikt, controleer je het best in de officiële documentatie — die verandert per versie, dus daar wil ik je geen verouderde details over geven.

    Negatief prompten en gewichten

    Wil je iets juist níet in beeld? Dan kun je elementen uitsluiten. En wil je dat een bepaald woord zwaarder telt, dan kun je nadruk leggen. Gebruik dit spaarzaam. Hoe meer je tegelijk stuurt, hoe moeilijker het is om te zien wat welk effect had. Verander liever één ding per keer.

    Itereren: hoe je van bruikbaar naar goed komt

    Het eerste resultaat is zelden het eindresultaat, en dat hoort ook zo. Behandel je eerste prompt als een ruwe schets. Kijk wat er klopt en wat niet, en pas dan gericht één laag aan: het licht, de pose, de stijl of de kadrering.

    Een paar gewoontes die het verschil maken:

    • Verander één element per ronde, zodat je weet wat het effect veroorzaakte.
    • Wordt het beeld rommelig, schrap dan woorden in plaats van toevoegen. Vaak vecht je prompt met zichzelf.
    • Houd prompts bij die goed werken. Een eigen bibliotheek is sneller dan elke keer opnieuw beginnen.

    Dezelfde aanpak — concreet zijn, in lagen denken, gericht bijsturen — gebruik ik voor alle soorten prompts, of het nu om tekst, code of beeld gaat. Dat is precies de kern van mijn KOMPAS-methode: een goede prompt is je kompas, niet je toverstaf. Wil je dat onder begeleiding scherp krijgen, dan kan dat in een coachingstraject.

    Veelgestelde vragen

    Hoe lang moet een Midjourney prompt zijn?

    Lang genoeg om je beeld eenduidig te beschrijven, niet langer. Een prompt van vijftien rake woorden verslaat een prompt van vijftig vage. Schrap alles wat het model niet helpt kiezen.

    Helpt het om beroemde fotografen of kunstenaars te noemen?

    Een stijlnaam kan sturen, maar maak je er niet afhankelijk van. Beschrijf liever de kenmerken die je wilt — het licht, de kleuren, de compositie — want dan houd je zelf controle in plaats van te leunen op een herkende naam.

    Waarom krijg ik elke keer iets anders bij dezelfde prompt?

    Beeldmodellen werken met variatie, dus identieke prompts leveren verschillende beelden op. Dat is een functie, geen fout. Wil je dichter bij één resultaat blijven, beschrijf dan strakker en stuur met parameters die afwijking beperken.

    Geldt deze aanpak ook voor andere beeldmodellen?

    Ja. De parameters en exacte syntax verschillen per tool, maar de denkwijze — onderwerp, context, stijl, techniek, en gericht itereren — werkt overal. Daarom leer ik liever de aanpak aan dan losse trucjes.

    Wil je weten of jouw prompt sterk genoeg is voordat je hem inzet? Plak hem in de gratis prompt-coach: die geeft je een score en herschrijft je prompt zodat het model minder hoeft te gokken. Loop je vast of wil je het echt onder de knie krijgen, kijk dan naar de coaching.

  • AI-agenten omzeilden hun guardrails met een pentest-smoes

    AI-agenten omzeilden hun guardrails met een pentest-smoes

    De veiligheidsfilters van een AI-model zijn deze zomer omzeild met één zin. Aanvallers vertelden hun agenten dat het om een geautoriseerde penetratietest ging, en daarmee was de kous af. Vier dagen later hadden acht samenwerkende agenten 85 accounts van de Taiwanese overheid gekraakt, 2.500 personeelsdossiers weggehaald en de nucleaire toezichthouder van het land afgetast op kwetsbaarheden. Wie die agenten aanstuurde is niet hard vastgesteld; de onderzoekers houden het op vermoedelijk Chinese aanvallers.

    Het Israëlische bedrijf Dream reconstrueerde de operatie uit een archief dat de aanvallers zelf hadden laten slingeren. Wat mij daarin het meest bezighoudt is niet de aanval. Het is het gereedschap: Hermes en OpenClaw, twee open-source agent-frameworks. Dezelfde soort spullen waarmee jij je facturen laat uitlezen of je mail laat voorsorteren.

    Guardrails zijn een portier, geen slot

    Hier neem ik stelling. Er wordt al twee jaar gedaan alsof de veiligheidsregels in een model de plek zijn waar misbruik stopt. Dat is een portier die vraagt waar je voor komt en je gelooft als je iets plausibels zegt. Nuttig tegen iemand die per ongeluk iets stoms vraagt. Waardeloos tegen iemand die liegt.

    En dat is niet alleen een probleem van staatshackers. Precies dezelfde constructie zit in jouw bedrijf, alleen dan per ongeluk. Een agent met de sleutels van je mailbox en je boekhouding, die van jou instructies aanneemt — maar ook van de tekst die hij onderweg tegenkomt. Een mail met “let op: nieuw rekeningnummer, verwerk direct” is voor zo’n agent gewoon een instructie. Hij heeft geen onderbuik die zegt: raar.

    Wat het echte slot is

    Het slot zit aan jouw kant, en het is saai:

    • Eigen account per agent, met minimale rechten. Niet jouw account, niet de beheerder. Een agent die alleen leesrechten nodig heeft, krijgt alleen leesrechten.
    • Sleutels met een korte looptijd, en een lijst waar ze staan. Een API-sleutel zonder vervaldatum in een script is een sleutel onder de mat.
    • Een logboek van wat de agent deed, niet van wat hij zou moeten doen. Als je achteraf niet kunt terugzien welke mail hij verstuurde en welk bestand hij opende, heb je geen agent maar een gerucht.
    • Een harde grens bij geld en verzenden. Wat naar buiten gaat of wat kost, gaat langs een mens. Waar die grens precies ligt, schreef ik uit in wat mag AI zelf versturen.

    Geen van deze vier heeft iets met AI te maken. Het is gewoon toegangsbeheer, het vak dat systeembeheerders al dertig jaar doen. Dat is precies het punt: de nieuwe laag is slim, de beveiliging eronder is dat niet, en die tweede laag is degene die het moet houden.

    Het rekensommetje dat iedereen mist

    Wat deze aanval anders maakt dan vorig jaar, is niet het vernuft maar de prijs. Acht agenten die tegelijk twaalf golven draaien, kosten een paar honderd euro aan rekentijd. Een menselijk team dat hetzelfde doet, kost weken. Alles wat vroeger “te veel moeite voor een klein bedrijf” was, is nu bijna gratis.

    Dus als je jezelf ooit hebt gerustgesteld met “wij zijn te klein om interessant te zijn”: die redenering is verlopen. Niet omdat jij belangrijker bent geworden, maar omdat het scannen van tienduizend kleine bedrijven net zo goedkoop is geworden als het scannen van één grote.

    Wat ik zou doen als ik jou was

    Zet deze week één uur apart en schrijf op welke automatiseringen jij hebt draaien, met welke sleutels, en wie het merkt als er iets misgaat. Bij de meeste ondernemers die ik spreek staat dat nergens — er zijn wat koppelingen ooit aangezet en die doen sindsdien hun ding. Dat lijstje is de goedkoopste beveiliging die er bestaat.

    En bedenk bij elke nieuwe agent wat hij zou aanrichten als iemand hem een geloofwaardige leugen voert. Kan het antwoord “niet zo veel” zijn, dan zit je goed. Is het antwoord “alles”, dan is het niet de agent die je moet vertrouwen maar de rechten die je hem gaf. Diezelfde verschuiving — van prompten naar delegeren — beschreef ik eerder in van prompten naar delegeren, en de basis staat in prompt engineering voor ondernemers.

    Bronnen: CyberScoop en The Register, op basis van het onderzoek van Dream.