Er bestaat geen magisch toverwoord. Maar er is wél een perfecte prompt-formule: een vaste set ingrediënten die je telkens opnieuw invult. Vul je ze allemaal in, dan krijg je een bruikbaar antwoord — of je nu ChatGPT, Claude of Gemini gebruikt. Laat je er een paar weg, dan moet het model gokken, en gokken levert vage rommel op.
Ik leer mensen prompten met de KOMPAS-methode: Kader, Opdracht, Materiaal, Paalwerk, Afwerking, Sturing. Zes ingrediënten, in deze volgorde. Hieronder loop ik ze één voor één langs, met een voorbeeld dat je meteen kunt kopiëren.
Waarom een formule beter werkt dan inspiratie
De meeste mensen typen één regel en hopen op het beste. Het model leest die regel, vult zelf de gaten in en raadt wat je bedoelt. Soms gaat dat goed. Vaak niet — en dan ga je eindeloos bijsturen.
Een formule haalt dat gokwerk eruit. Je geeft het model alles wat het nodig heeft om in één keer raak te schieten: wie het is, wat het moet doen, waar het mee moet werken en hoe het antwoord eruit moet zien. Niet omdat het model dom is, maar omdat het niet in je hoofd kan kijken. Wil je dieper in de principes duiken, lees dan ook mijn gids over betere prompts schrijven.
De 6 ingrediënten van KOMPAS
Stel je voor: je wilt een wervende productbeschrijving voor een duurzame waterfles. Zo bouw je die prompt op.
1. Kader — geef het model een rol en context
Begin met wie het model moet zijn en in welke situatie. “Je bent een copywriter voor een webshop in duurzame producten.” Een rol stuurt de toon, het woordgebruik en de aannames. Zonder rol krijg je een gemiddelde, smaakloze tekst.
2. Opdracht — zeg precies wat je wilt
Eén heldere taak, zonder omhaal. “Schrijf een productbeschrijving voor een herbruikbare RVS-waterfles.” Gebruik een werkwoord: schrijf, vergelijk, vat samen, herschrijf. Vaag werkwoord = vaag antwoord.
3. Materiaal — lever de feiten aan
Dit is het ingrediënt dat de meeste mensen overslaan, en juist het belangrijkste. Geef het model de bouwstenen: kenmerken, doelgroep, voorbeelden, cijfers. “De fles houdt drank 12 uur warm, is lekvrij en gemaakt van gerecycled staal. Doelgroep: forensen tussen 25 en 40.” Verzint het model anders zelf details, dan klopt er weinig van.
4. Paalwerk — zet de grenzen neer
Wat mag wel, wat mag niet. “Maximaal 120 woorden. Geen superlatieven. Niet over de prijs.” Grenzen voorkomen dat het antwoord alle kanten op waaiert. Hoe scherper de palen, hoe voorspelbaarder het resultaat.
5. Afwerking — bepaal de vorm
Hoe moet het antwoord eruitzien? “Geef een pakkende kop, daarna drie korte alinea’s, en sluit af met één call-to-action.” Vraag je niet om een vorm, dan krijg je de standaardvorm van het model — en die past zelden precies.
6. Sturing — vraag om bijstellen
De laatste regel die alles verandert: “Vraag eerst of er informatie ontbreekt voordat je begint.” Of: “Geef twee varianten met een andere toon.” Zo bouw je controle in en blijf je niet vastzitten aan één poging.
Werkt deze formule overal hetzelfde?
De zes ingrediënten zijn universeel — ze gelden voor tekst, beeld én code. Bij prompt engineering voor vibe coding in tools als Cursor of Lovable is het Materiaal je bestaande code en je gewenste gedrag, en is het Paalwerk vaak een technische beperking (“gebruik geen externe libraries”). Bij beeld of video met tools als Midjourney of Veo verschuift het zwaartepunt naar Afwerking: stijl, compositie, sfeer.
De modellen verschillen in hoe ze reageren. De ene volgt instructies strakker, de andere vult creatiever in. Maar de formule blijft hetzelfde. Je leert vooral door te variëren: verander één ingrediënt, kijk wat er gebeurt, stel bij. Dat is het hele vak.
Begin klein: vul niet alles tegelijk in
Je hoeft niet meteen alle zes ingrediënten perfect te hebben. Begin met de drie die het meeste verschil maken: Opdracht, Materiaal en Afwerking. Een heldere taak, genoeg feiten en een duidelijke vorm brengen je al ver. Kader en Paalwerk voeg je toe zodra het antwoord net niet klopt. En Sturing gebruik je om bij te schaven.
Twijfel je of je prompt compleet is? Plak hem in mijn gratis prompt-coach tool. Die scoort je prompt op de zes ingrediënten en herschrijft hem direct, zodat je ziet wat er ontbrak.
Veelgestelde vragen
Werkt de perfecte prompt-formule in elk AI-model?
Ja. De zes ingrediënten van KOMPAS gelden voor ChatGPT, Claude, Gemini en de meeste andere modellen. Modellen reageren onderling iets anders, maar de structuur — rol, taak, feiten, grenzen, vorm en sturing — werkt overal. Je past hooguit het accent aan.
Welk ingrediënt vergeten mensen het vaakst?
Materiaal. De meeste mensen geven een taak zonder feiten, waardoor het model zelf details verzint. Lever altijd de bouwstenen aan: kenmerken, doelgroep, voorbeelden. Dat ene ingrediënt maakt vaak het verschil tussen een gokje en een bruikbaar antwoord.
Hoe lang moet een goede prompt zijn?
Zo lang als nodig, niet langer. Een prompt met alle zes ingrediënten is meestal een paar zinnen tot een korte alinea. Niet de lengte telt, maar of elk ingrediënt ingevuld is. Opvulling helpt niet — duidelijkheid wel.
Kan ik leren om dit sneller te doen?
Zeker. Met oefening wordt de formule een automatisme. Wil je het versneld onder de knie krijgen, dan kan dat in een coachingstraject — in groepsverband of privé — waarin we met jouw eigen voorbeelden werken.
Klaar om het te proberen? Test je volgende prompt gratis in de prompt-coach, of bekijk de gidsen voor meer voorbeelden. Wil je het echt onder de knie krijgen met persoonlijke begeleiding, kijk dan naar de coaching — groep of privé.