Vibe coding: wat het is en hoe je ermee aan de slag gaat

Geschreven door

in

Vibe coding is software bouwen door in gewone taal te beschrijven wat je wilt, en de AI de code te laten schrijven. Je typt niet langer elke regel zelf — je stuurt. Je zegt wat het programma moet doen, je kijkt naar het resultaat, en je bijstuurt waar het misgaat. De term werd populair in begin 2025 en sloeg aan omdat hij precies vangt hoe het voelt: je bouwt op gevoel, op de “vibe”, en laat de details aan het model over.

Dat klinkt makkelijk, en voor een eerste werkend prototype is het dat vaak ook. Maar de afstand tussen “het werkt op mijn scherm” en “het werkt echt” zit hem volledig in hoe goed je beschrijft wat je wilt. Daarom is vibe coding minder een technische vaardigheid en meer een taalvaardigheid.

Wat vibe coding precies is

Bij klassiek programmeren vertaal je een idee zelf naar code. Je kent de syntax, je weet welke functie waar hoort, en je typt het uit. Bij vibe coding draai je die volgorde om: je beschrijft het idee, de AI levert de code, en jij beoordeelt of het klopt. Tools als Cursor, Lovable, Bolt en v0 maken dit toegankelijk — je beschrijft een scherm of een functie, en je ziet binnen seconden iets draaien.

Belangrijk om te snappen: je hoeft niet te kunnen coderen om te beginnen, maar je hebt wél baat bij begrijpen wat er gebeurt. Wie blind elke suggestie accepteert, bouwt al snel iets dat half werkt en dat niemand kan repareren. Wie leert lezen wat de AI maakt en gericht bijstuurt, bouwt iets bruikbaars. Dat onderscheid behandel ik dieper in wat is vibe coding.

Waarom vibe coding nu groeit

Twee dingen kwamen samen. De modellen werden goed genoeg om hele functies in één keer correct op te leveren, en de tools eromheen werden vriendelijk genoeg voor mensen zonder ontwikkelaarsachtergrond. Daardoor kan iemand met een idee — een ondernemer, een marketeer, een student — nu zelf een werkend prototype maken zonder eerst maanden te leren programmeren.

De aantrekkingskracht is helder:

  • Snelheid — van idee naar klikbaar prototype in een middag in plaats van weken.
  • Lage drempel — je begint met een zin, niet met een lege editor en een tutorial.
  • Goedkoop experimenteren — je test tien ideeën in de tijd die het kostte om er één met de hand te bouwen.

De keerzijde noem ik er eerlijk bij: snelheid verleidt tot slordigheid. Een vibe-coded app die niemand controleert, kan lekken hebben, traag zijn of onlogisch in elkaar zitten. De winst is reëel, maar alleen als je de regie houdt.

Hoe een goede prompt het verschil maakt

Hier zit de hele kern. Het model is precies zo goed als de opdracht die je geeft. Vraag je “maak een to-do app”, dan krijg je een willekeurige invulling van honderd open keuzes. Beschrijf je in plaats daarvan wie het gebruikt, wat het moet doen, hoe het eruit moet zien en wat het juist níét moet doen, dan krijg je iets dat in de buurt komt van wat je in je hoofd had.

Een bruikbare prompt voor vibe coding bevat vrijwel altijd dezelfde bouwstenen:

  • Context — wat bouw je, voor wie, en met welke tool of taal.
  • De concrete opdracht — één duidelijk doel per stap, niet vijf tegelijk.
  • Voorbeelden of referenties — een schermafbeelding, een bestaande app, of exacte data.
  • Grenzen — wat het niet mag doen, welke stack je gebruikt, wat ongemoeid moet blijven.

Dit is geen toeval; het is een methode. Mijn eigen aanpak heet KOMPAS — Kader, Opdracht, Materiaal, Paalwerk, Afwerking, Sturing — en hij dwingt je om die bouwstenen in elke prompt te zetten. Wil je weten of jouw prompt klaar is voor de AI, plak hem dan in de gratis prompt-coach: die scoort hem en herschrijft hem voor je. Hoe je systematisch sterkere opdrachten formuleert lees je in betere prompts schrijven.

Hoe je zelf aan de slag gaat

Begin klein en concreet. Een eerste project dat je zelf zou willen gebruiken werkt beter dan een ambitieus plan dat halverwege vastloopt. Een paar praktische stappen:

  • Kies één tool en blijf er even bij. Springen tussen Cursor, Lovable en de rest leert je niks. Een overzicht staat in vibe coding tools.
  • Beschrijf je eerste scherm zo precies dat een vreemde het zou kunnen namaken. Vaag in, vaag uit.
  • Bouw in kleine stappen en test na elke stap. Eén functie tegelijk, niet de hele app in één prompt.
  • Lees wat de AI maakt, ook als je het niet volledig snapt. Patronen herkennen komt vanzelf.
  • Stuur bij met taal, niet met frustratie. “Dit werkt niet” levert weinig op; “de knop doet niks omdat er geen klik-actie aan hangt, voeg die toe” wel.

Wil je dit gestructureerd onder de knie krijgen in plaats van proberen-en-vloeken, dan helpt het stappenplan in vibe coding leren. En als je liever met begeleiding werkt en sneller voorbij de beginnersfouten wilt, kun je terecht bij mijn coaching — in een groep of privé, afhankelijk van hoe diep je wilt gaan.

Veelgestelde vragen

Moet ik kunnen programmeren om met vibe coding te beginnen?

Nee. Je kunt zonder voorkennis een werkend prototype bouwen. Maar je komt verder als je gaandeweg leert lezen wat de AI maakt, zodat je gericht kunt bijsturen en niet vastloopt zodra er iets misgaat.

Welke tool kan ik het beste gebruiken?

Dat hangt af van wat je bouwt. Cursor is sterk voor wie iets dieper de code in wil, Lovable en v0 zijn fijn voor snelle webapps. Begin met één tool en blijf er even bij. In het artikel over vibe coding tools zet ik de opties op een rij.

Waarom werkt mijn vibe-coded app soms half?

Meestal omdat de opdracht te vaag was. Het model vult de gaten zelf in en die invulling klopt zelden precies. Beschrijf context, doel, voorbeelden en grenzen, bouw in kleine stappen, en test telkens tussendoor.

Is vibe coding hetzelfde als gewoon coderen met AI?

Er is overlap, maar de nadruk ligt anders. Bij vibe coding stuur je vooral met taal en gevoel en laat je de details aan het model over. Een ervaren ontwikkelaar gebruikt AI vaak gerichter, regel voor regel. Beide draaien om dezelfde vaardigheid: helder beschrijven wat je wilt.